Deze vraag komt verrassend vaak voorbij. Nou ja, misschien niet verrassend vaak. Maar hij komt voor, en hij verdient een eerlijk antwoord.
F1-sponsoring kost zo'n 50 miljoen euro per jaar. Met dat geld kunnen we een half miljoen paar koptelefoons produceren. Of Henri die Ferrari kopen. Of het stuursysteem van de Death Star financieren. We hebben besloten dat allemaal niet te doen en in plaats daarvan de prijs van onze koptelefoons op een niveau te houden dat gewone mensen zich kunnen veroorloven.
Reclame is een belasting die de klant betaalt
Als je een koptelefoon van een groot merk in een winkel koopt, betaal je naast het product ook voor de reclamecampagne, de deal met de celebrity en dat logo bij het stadion. Elke euro die aan reclame wordt uitgegeven, is een euro minder voor productontwikkeling, of een euro meer op de prijskaart.
Wij zijn een bedrijf van 14 mensen. Dat kunnen we ons niet veroorloven, en we willen het ook niet. Onze marketingafdeling bestaat in feite uit één vent en deze supportsite. Dat is genoeg, want het product spreekt voor zichzelf. Of de klant doet dat namens het product tegen een vriend op de bank. Beide werken prima.
Dus waar gaat het geld dan naartoe?
Naar Jasse's oorverzekering. Niet echt, maar bijna.
Het grootste deel gaat waarheen het hoort: naar productontwikkeling en het verfijnen van de geluidskwaliteit. Jasse zit in zijn studio frequentieresponsen bij te stellen totdat de VMK25.2 beter klinkt dan koptelefoons waarvoor je het dubbele betaalt. En dan stelt hij ze nog een beetje bij.
De rest gaat naar service. We hebben ons eigen servicecentrum in Kajaani, omdat we geloven in het krankzinnige idee dat een kapot apparaat gerepareerd moet worden in plaats van in een vuilstort gegooid. Dat kost geld. Maar het is het juiste om te doen.
En ja, een klein stukje gaat naar de Death Star. We zitten nu op 0,00003 procent. We liggen op schema.
Maar naamsbekendheid dan?
Naamsbekendheid is mooi. Weet je wat mooier is? Een klant die een koptelefoon koopt, hem vijf jaar gebruikt, één keer laat repareren en daarna het volgende model aanschaft. Dat is onze marketingstrategie. Niet bepaald sexy, maar het werkt.
Raimo zegt altijd dat de beste reclame een product is dat niet kapotgaat. Raimo rijdt ook in een Mercedes-Benz W124 uit 1991 en beschouwt alles wat daarna gemaakt is als rommel. De man heeft een punt.
Henri droomt daarentegen van de dag waarop het Valco-logo op de zijkant van een F1-auto staat. Tot die tijd rijdt hij in zijn Alfa Romeo, op de dagen dat die het goedvindt om te starten.
Wat als ik Valco toch wil steunen?
Koop een koptelefoon. Of een speaker. Of allebei. Vertel het een vriend. Laat een review achter. Dat is betere reclame dan wat 50 miljoen ook maar kan kopen.
En als je op een dag het Valco-logo op een F1-auto ziet, weet je dat de Death Star klaar is en dat we geld over hebben om te verbrandingen. Tot die tijd maken we koptelefoons.

